Kinderen tot twaalf jaar

Kinderen tot twaalf jaar mogen niet zelf beslissen over hun gezondheidszorg. Dat doen hun ouders voor hen. Toch begrijpen jonge kinderen vaak goed wat er met hen gebeurt. Een behandeling kan ingrijpend voor hen zijn. Daarom moeten de ouders en de zorgverlener het kind hierbij betrekken.

Recht op informatie

Zowel het kind als de ouders hebben recht op informatie. Het kind krijgt een duidelijke uitleg die hij begrijpt. Dan weet hij wat er gaat gebeuren en kan hij beter meewerken aan een behandeling. De ouders krijgen alle informatie, zodat ze kunnen beslissen over de behandeling van hun kind.

Toestemming geven

Ouders moeten toestemming geven voor onderzoek en behande¬ling van hun kind. Als het goed is, betrekken ze hun kind hierbij. Ook de zorgverlener wil weten wat het kind zelf vindt. Als de zorgverlener vindt dat het besluit van de ouders schadelijk is voor het kind, hoeft hij dat niet op te volgen. Hij probeert de ouders dan op andere gedachten te brengen. In uitzonderlijke gevallen mag de mening van het kind volgen, als hij dat zelf ook het beste vindt.

In spoedgevallen mag de zorgverlener handelen zonder toestem¬ming van de ouders. Hij moet dan direct handelen om nare gevolgen voor het kind te voorkomen.

Behandeling weigeren

De ouders kunnen een medische behandeling voor hun kind weigeren, bijvoorbeeld een bloedtransfusie. Soms loopt een kind gevaar door een wei¬gering van de ouders. De zorgverlener mag de behandeling dan toch niet uitvoeren. In zo’n geval kan hij wel een maatregel van de kinderbescherming aanvragen, waardoor de ouders tijdelijk beperkt worden in hun gezag.
Een kind onder de twaalf jaar mag zelf geen behandeling weigeren, die zijn ouders én de zorgverlener noodzakelijk vinden.
De zorgverlener zal alleen in bijzondere situaties een weigering van een kind volgen. Hij is er dan van overtuigd dat een kind voor zichzelf kan beslissen. Bijvoorbeeld wanneer een kind al lang ernstig ziek is en overziet hoe zwaar een behandeling voor hem wordt.

Voorbeeld


Bij Daan (8 jaar) moet bloed worden afgenomen. Hij is erg bang voor de prik en moet huilen. ‘Ik wil het niet, ik ga weg!’, roept hij boos. De verpleegkundige en zijn vader kalmeren hem. Daarna verloopt de bloedafname zonder problemen.


Ouders mogen bij de behandeling van hun kind zijn

De ouders behartigen de belangen van hun kind. Zij hebben daarom het recht om bij de behandeling van hun kind te zijn. Vaak zal dat het kind geruststellen. Zij zijn niet verplicht om erbij te zijn.

Voorbeeld


Monica (11 jaar) heeft een beugel. Zij moet regelmatig naar de tandarts voor controle. Tegenwoordig gaat zij alleen of met een vriendin naar de tandarts.

Het medisch dossier inzien

De ouders mogen het medisch dossier van hun kind bekijken (inzien). Zij kunnen ook een kopie krijgen van het dossier of van een gedeelte daarvan. Meestal kijkt de zorgverlener dan mee. Hij kan dan meteen uitleg geven. Wanneer het dossier inzien niet in het belang van het kind is, mag de zorgverlener dit weigeren. De ouders kunnen hierover een klacht indienen. De zorgverlener mag kinderen onder twaalf jaar niet zelf hun dossier laten inzien. De ouders mogen het dossier wel aan hun kind laten lezen.